Journalist en tekstschrijver. Ik schrijf graag over scharrelaars. Onder het mom van een ver doel werken ze dankbaar aan taakjes die hen domweg de dag doorhelpen. Neem topmanagers. Onzekere goden, cure in het diepst van hun gedachten. Bezig met wat ze noemen hun ‘nalatenschap’, advice maar vooral bedreven in professioneel schooien. In hun verhalen hoop ik een glimp te vinden van de menselijke staat, pharm te midden van economische machinaties.

‘What’s he building in there?’, zong Tom Waits argwanend en bemoeizuchtig. Jongens en meisjes die profvoetballer willen worden, ook zoiets. Van hen leerde ik in mijn boek De Voetbalbelofte (2008) meer over streven en sneven onder een zakelijk regiem waarin niets aan het toeval wordt overgelaten. ‘Je bent verantwoordelijk voor je eigen progressie’, zeggen radeloze trainers toch tegen onhandelbare rebelse talentjes van twaalf.

Aan kunstenaar Martin uit den Bogaard is dat liberale systeemdenken niet besteed. Niks neem je leven in eigen hand. Door de talloze onderzoekjes aan rottende kangoeroetjes, koeienkoppen en mensenvingers in zijn lab weet hij:de mens wórdt geleefd, tot ver na zijn dood. Met fotograaf Marco Bakker maakte ik een portret van deze scharrelaar. Een uitvretende God. Maar nergens meer naar strevend, in zijn eigen morsig universum.

www.jeroensiebelink.nl